zondag 8 juli 2018

Binnenweg 8 V


Buiten spelen

De televisie was nog geen gemeengoed en kende slechts twee zenders, welke uit de lucht geplukt werden door middel van een constructie van buizen (de antenne) op het dak. Meestal was deze bevestigd aan de schoorsteen, waardoor de rook van kolen- of oliehaard kon ontsnappen. Programma's op TV voor de kinderen waren beperkt tot een uurtje op de woensdag- en zaterdagmiddag.
PC, laptop, tablet en smartphone bestonden nog niet, zodat wij als kinderen gevrijwaard waren van computerspelletjes, Facebook, Instagram en Whatsapp.
Op school leerden we rekenen, lezen en taal en vanaf de vierde klas werden wij onderwezen in de geheimen van de natuur en onze omgeving. En ieder presteerde op zijn eigen niveau, zonder de druk van allerlei testen en toetsen.
Wij waren kinderen in een overzichtelijke, analoge wereld.
Kinderen die nog tijd hadden om.... te spelen!

Wij hadden echter geen bakken met Lego of Playmobil. Ons speelgoed bestond uit een blokkendoos, een kleurboek, een opwind-autootje en vooral.... elkaar!
Zodra in het voorjaar de temperaturen wat opliepen, speelden we na het eten buiten met de andere kinderen uit de straat. Aan kinderen geen gebrek.
Stoepranden, buskruit, voetbal, stabal, verstoppertje en diefje met verlos. Touwtje springen, hinkelen en elastieken.
Op windstille avonden werd er in de straat gebadmintond. We hadden alle ruimte want ook het autobezit in onze straat was minimaal, waardoor we niet gehinderd werden door geparkeerde vehikels.
Spelen, ravotten tot de schemer inviel rond een uur of 9, half 10, want zomertijd, nee, dat kenden we ook nog niet.

Op de vrije woensdagmiddag gingen we vliegeren of vissen of speelden we indiaantje en cowboytje. Geen mens die daar toen moeilijk over deed. En toen Ivanhoe op de TV verscheen gingen we elkaar te lijf met zelfgemaakte zwaarden.
De Libelle en Margriet werden in stroken geknipt en van deze stroken leerden we elkaar pijltjes maken, die we dan met behulp van een stuk elektriciteitspijp op elkaar afvuurden. Niet helemaal ongevaarlijk, maar ach, als kind had je daar geen erg in en we werden via social media ook niet op dat gevaar gewezen.
En als er in de straat een slaapkamerraam openstond, met een hele groep zoveel mogelijk pijltjes naar binnen schieten. Tot een boze buurvrouw naar buiten kwam stieren. Lachend stoven we dan uiteen.

Soms sloot ik mij aan bij broer Appie en zijn vriendje Co (Warmerdam). Mijn broer was een nieuwsgierig en nogal ondernemend ventje, dus in zijn buurt was altijd wel wat te beleven. Ik weet nog dat we een keer een hele middag achter het huis van Co's oma in het weiland, op de dijk, waterbouwkundige werken hebben ontworpen. Geultjes gravend, dammen bouwend, legden we het door ons gecreëerde riviertje onze wil op.

En, natuurlijk, voetballen!
Maar niet bij ons voor op straat! O, nee!
Dit was door mijn vader ten strengste verboden, daar de onafwendbare afzwaaiers dan regelmatig in zijn voortuintje zouden belanden en daar onherstelbare schade konden aanbrengen aan de daar door hem gekoesterde aanplant. Eerlijk gezegd vond ik dat nogal overdreven, want zóveel stelde die hele voortuin eigenlijk niet voor. Maar, de toorn van mijn vader kennende bij overtreding van deze regel deed ons zelfs buurkinderen waarschuwen, die onverhoopt aanstalten maakten om voor ons huis een balletje te gaan trappen.
En, mochten er onverlaten zijn die het tóch waagden, en mijn vader was thuis, dan stond hij al snel buiten om de snoodaards te waarschuwen dat hij de bal aan stukken zou snijden als deze in zijn tuintje zou belanden. Meestal was dit voldoende om de voetballertjes te doen afdruipen en verderop een stukje straat op te zoeken waar minder botanisch gevoelige mensen woonden, die een balletje meer of minder in hun tuintje wèl accepteerden.
Maar, gelukkig was er de eerste jaren ruimte genoeg achter de Binnenweg om te voetballen.

Met de bouw van de Buitenweg verdween echter het trapveld achter ons huis. Nou ja, trapveld, gewoon het weiland achter onze woning, waarop wij op zondag tezamen met pa, de jeugd uit de buurt en een aantal buurmannen zoals Jan Bakker en Appie Hassing, een balletje trapten. De pinken, die normaliter "ons voetbalveld" begraasden, zorgden niet alleen voor natuurlijke obstakels in de vorm van koeienvlaaien die behendig ontweken dienden te worden, maar veroorzaakten met hun hoeven ook verraderlijke gaten en hobbels in het veld, waardoor ik meerdere malen mijn enkel heb verzwikt. Dan werd ik binnengedragen met een dikke enkel, die mijn moeder liefdevol met natte lappen inzwachtelde.
De wetenschap van het hebben van zwakke enkels heeft mij doen afzien van een carrière als profvoetballer. In hoeverre dit een aderlating was voor de edele voetbalsport in het algemeen en het Nederlands elftal in het bijzonder zullen wij helaas nooit weten....




Geen opmerkingen:

Een reactie posten