zondag 17 september 2017

Stronteigenwijs


"Eigenwijs stuk vreten......"
Het is mij als kind meermaals door mijn vader toegevoegd.
Ook mijn kinderen en anderen in mijn omgeving hebben mij vaak gewezen op deze ondeugd, of noem het beperking, waarover ik blijkbaar beschik, zij het in minder onparlementaire bewoordingen.
Nou wil ik niet beweren dat een zekere eigenwijsheid mij vreemd zou zijn. Zò eigenwijs wil ik ook weer niet zijn.
Maar ach, ik ben in deze dan ook tweezijdig erfelijk belast.
Mijn vader had àltijd gelijk en zelfs mijn moesje was soms niet te overtuigen van haar ongelijk.
Als we 's avonds TV zaten te kijken en het gesnurk van moeder, weggezakt in haar stoel, het programma dreigde te overstemmen, werd ze door een van ons aangestoten. Ze schrok wakker en bracht dan steevast uit: "Ik sliep niet, ik heb alles gehoord."
Ach gut, ik heb bij mijzelf deze neiging ook ontdekt.....

Ik durf te stellen dat ik in de loop der tijd wel wat milder ben geworden en tegenwoordig best genegen ben mijn mening of opvattingen bij te stellen op grond van goede argumenten, hoewel ik nog altijd bereid ben om mijn gedachtengoed* te verdedigen.
Als iemand mij nu van eigenwijsheid beticht, overweeg ik dit, maar ik sluit ook niet uit dat er in zo'n geval sprake is van de ketel die de pot iets verwijt en dat mijn tegenstander, bij gebrek aan argumenten, met deze dooddoener de discussie tracht te beëindigen.

In mijn jonge jaren kon ik echter erg ver gaan in het verdedigen van mijn standpunten.
Zo herinner ik mij een situatie op de PA, waar ik mijn opleiding genoot tot onderwijzer (overigens een "meltingpot" van eigenzinnige types, misschien wel karakteristiek voor deze beroepsgroep).
Het was tijdens een les aardrijkskunde van Dhr. van der Heijden over de bewegingen van de aarde ten opzichte van de zon en de daaruit voortvloeiende wisseling der seizoenen.
"De zon komt op in het oosten, loopt door het zuiden en gaat onder in het westen", zo doceerde Dhr. van der Heijden. Overigens een open deur, wat dan ook door niemand werd bestreden. Een stelling echter, die mij aan het denken zette en mij verleidde tot het maken van de roekeloze opmerking: "Maar dat is toch niet altijd waar?"
Ik zag Dhr. van der Heijden verschieten bij deze boude bewering waarin duidelijk het in twijfel trekken van zijn ongeëvenaarde wijsheid besloten lag en hij stelde mij, enigszins bits, de wedervraag: "Hoezo?"
"Wel," sprak ik, "volgens mij zien bewoners van het zuidelijk halfrond de zon door het noorden lopen."
Zonder mijn stelling ook maar een moment in overweging te nemen antwoordde hij, net iets te fel: "Natuurlijk niet! De zon loopt altijd door het zuiden!"
Ik weet het, niets is voor een onderwijzer of docent irritanter dan zo'n betwetertje in je klas te hebben die jouw beweringen in twijfel durft te trekken en ik had er dan ook wijzer aan gedaan verder mijn mond te houden.
Maar daar had ik die middag nou nèt geen zin in. Misschien was het zijn felheid, zijn arrogantie die mij triggerde om de discussie voort te zetten en te trachten mijn gelijk te halen.
"Maar als......", begon ik.
"Wat!", beet hij mij toe.
Er was geschuifel en gegniffel rond om mij heen. Mijn klasgenoten maakten zich op voor een potje verbaal straatvechten.
"Stilte!", brieste Dhr. van der Heijden. Mijn klasgenoten verstomden en versteenden.
"Maar als ik....", begon ik opnieuw.
"Ja!?!?", sprak mijn leermeester, mij strak aankijkend, "ga door?"
"Als ik richting de evenaar loop, dan zie ik de zon in het zuiden, maar dan komt de zon toch steeds hoger te staan? Op een gegeven moment, als ik òp de evenaar sta, staat de zon toch loodrecht boven mij?
Hij knikte nors.
"Wel, als ik dan verder loop, staat de zon àchter mij en moet ik mij omdraaien om de zon te zien, toch?"
"Ja, nou? En wat wil je nu eigenlijk zeggen?", vroeg hij bars.
"Dan sta ik toch met mijn gezicht naar het noorden?.......
"Wat is dat nou voor een kromme redenering! De zon loopt altijd door het zuiden!"
"Maar als ik nou op de zuidpool sta en naar de zon kijk, dan moét ik toch wel naar het noorden kijken?", probeerde ik nog.....
Zijn arm vloog omhoog met een snel bewegende wijsvinger aan het uiteinde welke richting deur wees. "Eruit!!!!"
Ik ben rustig opgestaan, heb hem aangekeken met een blik van "en tòch heb ik gelijk", en heb kalm het lokaal verlaten.
Op de gang hoorde ik achter de deur een kakofonie van geluid losbarsten met daar bovenuit de overslaande stem van Dhr. van der Heijden, die om STILTE!!! vroeg.
Ik draaide mij glimlachend om en wist het:


Overigens reageerde Dhr. van der Heijden bij onze volgende ontmoeting niet haatdragend of vervelend, nee eerder vriendelijk. Alsof er niets gebeurd was.
Over de zon hebben we het niet meer gehad, net zo min als over ons kleine verschil van mening.
Ik vond het niet kies om er weer over te beginnen.
Misschien omdat ik vreesde om voor "eigenwijs stuk vreten" uitgemaakt te worden.
Al met al heeft niemand mij ooit uitsluitsel kunnen geven over dit vraagstuk, zodat er ergens, diep in mij toch nog altijd een zweempje twijfel leeft.
Had ik in dit geval nou ècht gelijk of.......

*) hoewel de officiële spelling "gedachtegoed" aangeeft, ben ik toch zo eigenwijs om de spelling van het "Witte Boekje" te volgen, dat de voorkeur geeft aan "gedachtengoed" (het geheel van gedachten).





Geen opmerkingen:

Een reactie posten