zondag 3 maart 2013

Noordeinde 104 VII


Waarom, daarom.

Er was een tijd dat het dragen van hoofddoekjes nog algemeen aanvaard werd.....
Wij gingen als kleuter bij de nonnetjes op school.
Dit verkleinwoordje geeft deze dames (tenminste.....) iets liefelijks en is dan ook eigenlijk een contradictio in terminis.
Wij gingen dus bij de nonnen op school.
En niet de kleuterschool, maar de bewaarschool.
Meer deden deze nonnen blijkbaar niet.
De kinderen bewaren, zodat de ouders de handen vrij hadden om het dagelijks brood te verdienen.
Herinneringen uit die tijd.....

Het sparen van zilverpapier.
Wij werden aangespoord om de wikkels van chocoladerepen, de doppen van melkflessen e.d. bij de nonnen in te leveren voor de arme zwarte kinderen in de missie.
Wat die arme kindertjes daar mee moesten, was mij een raadsel en niemand nam de moeite mij dit spontaan te vertellen.
Ik had het natuurlijk kunnen vragen, maar ik ben nogal verlegen.
Voorts was het een tijd dat volwassenen nog weinig tijd hadden om met kinderen in gesprek te gaan. De meeste "waarom" vragen hadden steevast als antwoord: "Daarom".
Vandaar ook mijn terughoudendheid in het stellen van vragen, omdat ik op voorhand wel wist, dat ik van het antwoord weinig wijzer zou worden.
En als je dan een keer een direct antwoord kreeg op een levensvraag zoals: Waar kom ik vandaan?, dan werd er iets gemurmeld over rode kool of ooievaar.
Wel, opgroeiend op het platteland en gezegend met een paar goede ogen had ik voor mezelf al gauw uitgemaakt dat dàt gewoon lulverhalen waren.
Kortom, vragen stellen leverde niets op.
Een enkele melkflesdop heb ik wel eens ingeleverd.
Een wikkel van een chocoladereep? Chocoladerepen waren schaars bij ons thuis.

Op de kleuterschool heb ik voor het eerst "op mogen treden".
Zo werd de kiem gelegd voor mijn latere theaterambities.
Er zou een hotemetoot op bezoek komen (Moeder Overste o.i.d.) en zij zou vergast worden op een optreden van de "kleintjes".
Mij viel de eer te beurt (ik werd gewoon aangewezen) om de hoofdrol in dit spektakelstuk te spelen.
Klassikaal werd het liedje "Klein, klein kleutertje" er in geramd.
Op de grote dag betrad een zestal indrukwekkend uitziende personages ons klasje.
Het meisje dat was aangewezen om de bijrol van "moeder" te vertolken, nam haar plaats in voor de klas.
Op het teken van "onze" non, zetten de resterende kinderen schreeuwend het "Klein, klein kleutertje" in, waarop ik, huppelend tussen de bankjes door, subliem het kleine kleutertje speelde.
Eerst quasi bloempjes plukkend om mij vervolgens te vervoegen bij mamaatje om haar met smekende ogen te bewegen om toch vooral niets tegen papaatje te zeggen.
Het applaus na afloop van het statige publiek smaakte naar meer.....

Ook weet ik nog, dat ik een keer een klasgenootje naar huis moest brengen, die onverhoopt in zijn broek had gepoept, zo de naam "kakschooltje", toentertijd gebezigd voor het kleuteronderwijs, alle eer aandoend.
Nadat de dienstdoende non in woede was ontstoken en het knaapje flink de mantel en de broek had uitgeveegd, werd het arme kind in een van haar onderbroeken gehesen. Het vuile goed werd in een krantje gewikkeld (plastic tasjes bestonden nog niet) en onder zijn arm gepropt.
Ik kreeg de opdracht hem thuis te brengen.
Misschien werd ik verkozen omdat de non wel wist dat ik niet de vraag op zou werpen: Waarom ik?
Ik wist niet eens waar het jongetje woonde, maar durfde ook daar niet naar te informeren.
De aanblik van een boze non doodt alle aandrang tot het stellen van vragen.
Zo stonden wij opeens buiten. Twee kleine jongetjes op die immens grote speelplaats: de een in een immens grote witte broek, de ander bij God niet wetend waar hij heen moest.
De stilte werd slechts verstoord door het gesnotter aan mijn zijde.
Voorzichtig informerend welke kant we op moesten, wist de poeperd tussen het snikken door met armgebaren een richting aan te duiden, welke leidde naar de poort in het grote hek, dat de school afsloot van de boze buitenwereld.
En nu. Dìe kant of dìe kant op?
De begrippen links en rechts had ik nog niet volledig onder de knie.
Zijn armgebaar wees gelukkig de kant op die mij het meest vertrouwd voorkwam.
De weg die ik zelf dagelijks, onder de hoede van mijn twee oudere broers, aflegde op weg van en naar school. Nog nooit had ik deze weg zonder begeleiding zelf afgelegd en nu was ik plots zelf begeleider.
De onzekerheid, de loden last van de verantwoordelijkheid die op mijn frêle schouders was gelegd en de bespottelijke uitdossing van mijn reisgenoot bedrukten mij zeer.
Gelukkig was het stil op de weg. Een enkele fietser, de olieman met zijn handkar.
Geen auto's.
Auto's waren nog schaars in die tijd.
We stopten bij een huisje wat hij aanduidde als het zijne.
Op zijn geklop werd er open gedaan door een mevrouw die er blijk van gaf hem te kennen: zijn moeder.
Opgelucht haalde ik adem.
Opdracht tot volle tevredenheid (althans van mijzelf) uitgevoerd!
Het was misschien het onbewuste besef van voor het eerst verantwoordelijkheid te hebben gedragen (met goede afloop), dat mij zo blij stemde.
Huppelend ging ik naar huis.
Ik had onderweg het pad herkend dat naar ons huis leidde.
Thuis gekomen vertelde ik mijn moeder in geuren en kleuren over "mijn avontuur".
Ze keek bedenkelijk. Maar niet meer dan dat.
Het was ook de tijd dat onverantwoorde acties van onderwijzend personeel niet ter discussie gesteld werden.
En zeker niet als dat nonnen waren.......


Veel later heb ik begrepen dat het verzamelde aluminium van het zilverpapier en de melkflesdoppen nog geldswaarde bezat omdat het hergebruikt kon worden.
Grappig dat juist de nonnetjes aan de wieg van de recycling stonden.
Druk bezig met hergebruik.
Terwijl ze zelf, aan het eind van hun leven, ongeschonden terug gezonden werden naar hun Schepper.
Ongebruikt retour........


7 opmerkingen:

  1. Hé Piet, heb jij je nu ook gevoegd bij de anti-nonnenbrigade? Valt er niets aardigers te melden over hun werk in het verleden? Beetje goedkoop je grapjes over hen vandaag. Het valt niet mee voor deze vrouwen iets goeds te doen; of ze hebben misbruikt of we worden verweten zelf niet 'gebruikt' te zijn. Als ik een non of nonnetje was, zou ik je alsnog over de knie leggen en de broek uitvegen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Beste Sjaak,

    Het is zeker niet mijn bedoeling om het vele goede werk dat nonnen in het verleden deden (en nog doen) te bagatelliseren. Niettemin weet ik uit ondervinding dat je kijk op het opvoeden van kinderen nogal verandert op het moment dat je zèlf kinderen hebt. Ergo: nonnen zijn (uitzonderingen uiteraard daar gelaten) niet de aangewezen personen om het jonge kind te begeleiden bij zijn eerste schreden in de maatschappij.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. hhhmm, nog een reden om je over de knie te leggen. Hoe kun je dat nu zo generaliserend - met droge ogen - over een hele categorie zeggen! Moet je eerst een kind baren of verwekken, voordat je andere kinderen kunt begeleiden bij die eerste schreden in de maatschappij??? Moeten we alle ongetrouwde of partnerloze, of beter nog, alle kinderloze mannen en vrouwen dan maar voor alle zekerheid uitsluiten van creches en basisonderwijs tot laten we zeggen groep 4, of groep 8?
      Zou het niet zinvoller zijn naar de persoonlijke kwaliteiten en het karakter van deze mensen te kijken? Ik ken heel wat mannen en vrouwen met kinderen aan wie ik nooit mijn kind zou willen toevertrouwen en ik ken nog meer nonnen en broeders en paters die op een geweldige manier geslaagd zijn in hun werk voor en met jonge kinderen. Deze mensen afdoen als 'uitzonderingen' vind ik pijnlijk en kortzichtig.

      Eindelijk een beetje onenigheid bij Schildersverdriet. Wat vinden de andere 8694 volgers?

      Verwijderen
    2. Zoals ik in een eerder blog reeds schreef zijn het steeds kleine minderheden die hun groep in diskrediet brengen......

      Verwijderen
    3. Ja, en van een columnist verwacht je nu juist dat hij die onterechte conclusies van het grote publiek aan de kaak stelt.

      Verwijderen
  3. Wat een chagrijn, die Sjaak! Hopelijk geen lezer van mij.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Dat noem ik nog eens een constructieve bijdrage! Lijkt me geweldig om meer van die Harm te lezen.

    BeantwoordenVerwijderen